Open Society transgender financiering: buitenlandse fondsen achter het transactivisme
Wat Open Society, Arcus, Tides, Pritzker en de Europese koepels ILGA-Europe en TGEU aantoonbaar betalen aan transgender-belangenbehartiging, en wat Nederland bereikt.

Wie Open Society transgender financiering intikt, vindt vooral twee soorten bronnen: de grantdatabase van de stichting zelf en een stroom complottheorieën. Beide verdienen een nuchtere lezing. Amerikaanse filantropen als Open Society Foundations, de Arcus Foundation en de familie Pritzker financieren al meer dan tien jaar transgender-belangenbehartiging, ook in Europa. Dat doen zij openlijk, met beleidsdoelen en met gepubliceerde bedragen. Dit artikel zet op een rij wat uit grantdatabases en jaarverslagen aantoonbaar is, hoe het geld via Europese koepels als ILGA-Europe en TGEU zijn weg vindt, en wat daarvan Nederland bereikt.
Filantropie met beleidsdoelen: hoe het model werkt
Grote Amerikaanse stichtingen werken anders dan Nederlandse vermogensfondsen. Zij formuleren expliciete maatschappelijke doelen, zoals wettelijke erkenning van genderidentiteit op basis van zelfbeschikking, en financieren vervolgens de organisaties die daarvoor pleiten: koepels, juridische teams, onderzoekers en campagnebureaus. Dat heet in het Engels advocacy philanthropy en het is in de Verenigde Staten een gewone, fiscaal gefaciliteerde manier om invloed uit te oefenen. Het is ook niet nieuw: dezelfde stichtingen financieren persvrijheid, harm reduction en Roma-rechten op precies dezelfde manier.
De vraag is daarom niet of dit mag, maar wat het betekent voor een nationaal debat als een deel van de argumentatie, de modelwetgeving en de netwerken van buitenaf worden gefinancierd. Hoe die internationale architectuur van WPATH, ILGA en de Yogyakarta-beginselen in elkaar steekt, beschrijven wij in De internationale architectuur van het transactivisme. Hier gaat het om het geld.
Open Society Foundations: wat de grantdatabase laat zien
Open Society Foundations (OSF), het netwerk van stichtingen van George Soros, publiceert een doorzoekbare database van toegekende subsidies vanaf 2016. Op het trefwoord transgender levert die database 56 subsidies op, verspreid over Afrika, Azië, de Verenigde Staten en Europa. Voor Europa is de belangrijkste ontvanger Transgender Europe (TGEU), de Berlijnse koepel van trans-organisaties. De database vermeldt vijf subsidies, alle via de Foundation to Promote Open Society:
- 2016: 500.000 dollar, algemene steun, looptijd twee jaar.
- 2018: 300.000 dollar, algemene steun, looptijd twee jaar.
- 2020: 160.000 dollar, algemene steun, looptijd zestien maanden.
- 2021: 240.000 dollar, algemene steun, looptijd vijf maanden.
- 2022: 40.000 dollar voor het versterken van de organisatiecapaciteit van TGEU, looptijd zes maanden.
Bij elkaar is dat 1,24 miljoen dollar in zeven jaar, met een duidelijk aflopende lijn. Daarnaast toont de database een subsidie van 60.000 dollar (2016) aan de Kroatische organisatie Trans Aid voor het programma Advance Trans Rights, en een subsidie van 209.786 dollar (2019) aan Federatie COC Nederland, niet voor transwerk maar voor de organisatie van de Global LBQ Women's Conference. Op het trefwoord Transgender Netwerk levert de database geen resultaten op. ILGA-Europe staat in de OSF-database slechts met één kleine evaluatiesubsidie uit 2016, maar het eigen Treasurer's Report van ILGA-Europe over 2022 vermeldt een kernsubsidie van 200.000 euro van Open Society Foundations, naast 417.670 euro van het Wellspring Philanthropic Fund. Die twee kernsubsidies vormden samen 24 procent van de begroting van de koepel.
OSF beschrijft deze steun zelf als onderdeel van een bredere inzet voor gelijkheid en non-discriminatie; een apart gelabelde Trans Advocacy-portefeuille is in de huidige database niet als zodanig terug te vinden. Wat de cijfers wel laten zien: OSF is voor de Europese transbeweging een belangrijke, maar geen dominante financier, en de bedragen zijn in verhouding tot het Europese publieke geld bescheiden.
Arcus Foundation en de Global Trans Initiative
De Arcus Foundation, opgericht door Jon Stryker, erfgenaam van het medisch-technologiebedrijf Stryker, is wereldwijd een van de grootste lhbti-financiers. In december 2015 kondigde Arcus een vijfjarig programma aan, de Global Trans Initiative, met een eigen bijdrage van 15 miljoen dollar binnen een totaal van 20 miljoen dollar, waaraan ook de NoVo Foundation (1 miljoen dollar) en andere fondsen bijdroegen (PinkNews, 8 december 2015). Het programma richtte zich op trans-organisaties in de Verenigde Staten en internationaal. Ter vergelijking: volgens Funders for LGBTQ Issues bedroeg de totale filantropische financiering van transgender-thema's in 2011 ruim 5 miljoen dollar, 4 procent van alle lhbti-giften. De Arcus-toezegging was dus een trendbreuk. ILGA-Europe heeft eerder Arcus-steun ontvangen voor capaciteitsopbouw in Oost-Europa, maar afzonderlijke bedragen per Europese ontvanger publiceert de stichting niet op een voor ons verifieerbare manier, zodat wij die hier weglaten.
Tides, Pritzker en de Amerikaanse geldkraan
Twee andere namen keren in discussies over transfinanciering steeds terug. De eerste is Tides, een organisatie uit San Francisco die werkt met donor-advised funds en als fiscal sponsor optreedt voor projecten zonder eigen rechtspersoon. Dat model betekent dat een gift formeel van Tides komt, terwijl de oorspronkelijke donor niet hoeft te worden genoemd. Juist daardoor is Tides moeilijk te onderzoeken: wat er via Tides naar transorganisaties is gegaan, is niet uit openbare bronnen af te leiden. Wij noemen daarom geen bedragen. Dat is geen verdenking, maar een beschrijving van een structuur die herkomst van geld onzichtbaar maakt.
De tweede naam is Jennifer Pritzker, erfgenaam van de Chicagose Pritzker-familie en zelf transgender. Via haar Tawani Foundation gaf zij in 2016 een meerjarige subsidie van 1,35 miljoen dollar aan het Palm Center voor het Transgender Military Initiative, destijds volgens Funders for LGBTQ Issues de grootste transgender-subsidie ooit, die de totale stichtingsfinanciering van transthema's in één keer met 20 procent verhoogde. In hetzelfde jaar schonk zij 2 miljoen dollar aan de University of British Columbia voor de eerste leerstoel transgenderstudies ter wereld (The Advocate, januari 2016). Beide giften zijn Noord-Amerikaans; een rechtstreekse lijn naar Nederland is er niet.
ILGA-Europe: doorgeefluik van EU- en fondsgeld
Voor Europa is de belangrijkste geldstroom niet Amerikaans maar publiek. ILGA-Europe, de Brusselse koepel van honderden lhbti-organisaties uit Europa en Centraal-Azië, publiceert jaarlijks een openbaar Treasurer's Report. In 2022 bedroegen de inkomsten 3,69 miljoen euro. De grootste post was de operationele subsidie van de Europese Commissie van 1 miljoen euro, gevolgd door het Global Equality Fund (464.301 euro), een anonieme financier (315.562 euro) en de regering van het Koninkrijk der Nederlanden (210.000 euro). Het EU-geld komt uit het programma Citizens, Equality, Rights and Values (CERV), met een totaalbudget van 1,56 miljard euro voor 2021–2027.
In 2025 waren de inkomsten 4,59 miljoen euro, een daling van 22 procent ten opzichte van 2024 door het wegvallen van Amerikaanse overheidsfinanciering. De operationele EU-subsidie steeg tot 1,47 miljoen euro; de Europese Unie en nationale overheden waren samen goed voor bijna 65 procent van de inkomsten, stichtingen voor 20 procent en particulieren en bedrijven voor 15 procent. Belangrijk voor dit artikel is de doorgeeffunctie: ILGA-Europe keerde in 2025 ruim 1,1 miljoen euro aan subgrants uit aan lidorganisaties (in 2024 ruim 2 miljoen euro). De koepel is daarmee zowel lobbyist in Brussel als herverdeler van publiek en privaat geld richting nationale organisaties. Ook Nederland financiert die koepel rechtstreeks: de OCW-begroting 2026 vermeldt een projectsubsidie ILGA Europe 2025–2026 van 198.000 euro in 2025 en 2026 en 99.000 euro in 2027.
Transgender Europe (TGEU)
TGEU, opgericht in 2005 en gevestigd in Berlijn, verenigt ruim 200 lidorganisaties in meer dan vijftig landen in Europa en Centraal-Azië. De koepel publiceert de Trans Rights Index & Map en het Trans Murder Monitoring-project en lobbyt bij de Europese Commissie, de Raad van Europa en nationale overheden voor wettelijke genderherkenning op basis van zelfbeschikking. Op haar website vermeldt TGEU als financiers de Europese Unie, de Raad van Europa en de Nederlandse overheid. Het Activity Report 2025 geeft de omvang: na het wegvallen van Amerikaanse overheidsfinanciering begin 2025 werd de begroting teruggebracht van ruim 2 miljoen euro naar 1,62 miljoen euro; voor 2026 is 2,07 miljoen euro begroot. TGEU hield reserves aan van 442.465 euro, wist de operationele EU-subsidie voor 2026–2028 te verlengen en haalde nieuwe steun binnen van onder meer het Britse Foreign, Commonwealth and Development Office, de Silicon Valley Community Foundation en het Digital Freedom Fund, dat laatste voor strategische rechtszaken bij het Hof van Justitie van de EU.
Ook TGEU geeft door: in 2025 ontvingen vier lidorganisaties in Bulgarije, Roemenië, Duitsland en Hongarije elk 22.500 euro aan subgrants uit EU-middelen. Nederlandse organisaties zaten daar niet bij.
De Nederlandse schakel: wat is aantoonbaar?
Het beeld dat buitenlands geld de Nederlandse transbeweging zou dragen, houdt bij toetsing aan de gepubliceerde cijfers geen stand. Transgender Netwerk Nederland haalde in 2024 volgens zijn ANBI-publicatie bijna 90 procent van zijn baten bij de Nederlandse overheid, en komt in de OSF-database niet voor. COC Nederland ontving één OSF-subsidie, voor een internationale vrouwenconferentie. Nederlandse organisaties zijn lid van ILGA-Europe en maken deel uit van het TGEU-netwerk, maar van subgrants aan Nederlandse leden vonden wij in de jaarstukken van beide koepels geen voorbeelden.
De aantoonbare stroom loopt eerder andersom: Nederland is financier van de koepels. Het ministerie van Buitenlandse Zaken gaf in 2019 4,86 miljoen euro aan gelijke rechten voor lhbti via het Mensenrechtenfonds (Kamerstuk 32735, nr. 315) en werkt sinds 2021 met COC Nederland, Pan Africa ILGA en ILGA Asia samen in het partnerschap Power of Pride; ILGA-Europe ontving 210.000 euro Nederlands overheidsgeld in 2022; OCW subsidieert ILGA-Europe in 2025–2027. Wat Nederland wél uit het buitenland importeert, is minder geld dan kennis: modelwetgeving, juridische strategieën en rapporten zoals de door Dentons en IGLYO opgestelde handleiding uit 2019, die wij bespreken in De Dentons-handleiding voor zelfidentificatie. Hoe de binnenlandse financiering is opgebouwd, staat in ons cornerstone-artikel Wie betaalt de genderlobby?.
Waarom transparantie hierover relevant is
Als het buitenlandse geld relatief klein is en openlijk wordt gepubliceerd, waarom er dan over schrijven? Om drie redenen. Ten eerste omdat Europese koepels die grotendeels op publiek geld draaien, in nationale debatten optreden als onafhankelijke experts; wie hun rapporten gebruikt, mag weten wie ze betaalt. Ten tweede omdat filantropie met beleidsdoelen per definitie een richting kiest: OSF, Arcus en Tawani financieren organisaties die voor zelfidentificatie en snelle toegang tot transitiezorg pleiten, niet de organisaties van ouders, detransitioners of clinici die daar vragen bij stellen. Dat is hun goed recht, maar het verklaart mede waarom de ene kant van het debat professioneel georganiseerd is en de andere kant vooral uit vrijwilligers bestaat; zie daarvoor ook genspect.nl en transtijd.nl. Ten derde omdat juist het ontbreken van transparantie bij tussenpersonen als Tides en bij anonieme financiers ruimte laat voor speculatie. Het beste antwoord op complotdenken is niet ontkennen dat er geld is, maar laten zien hoeveel, van wie en waarvoor.
De Global Resources Report 2023–2024 van het Global Philanthropy Project telt wereldwijd 861,5 miljoen dollar aan lhbti-financiering van stichtingen en zestien donoroverheden, verspreid over ruim 19.000 subsidies. Dat is veel geld voor een beweging, en weinig geld vergeleken met de begrotingen van de overheden die er onderdeel van uitmaken. De verhoudingen kennen, is de kern van een eerlijk debat.
Weging
Buitenlandse fondsen hebben de Europese transbeweging mede mogelijk gemaakt: zonder de OSF-steun van 2016 tot 2022 en zonder de Arcus-impuls van 2015 had TGEU er anders uitgezien. Maar het zwaartepunt van de financiering ligt inmiddels bij de Europese Unie en nationale overheden, Nederland incluis, en de Amerikaanse bijdrage neemt af. Voor Nederland is de les vooral dat de geldstromen grotendeels publiek en grotendeels openbaar zijn, en dat de blinde vlekken zitten bij tussenpersonen, anonieme donoren en de uitsplitsing van subgrants. Een overzicht van alle artikelen over deze thema's staat op de pagina's Geldstromen en Internationaal.
Bronnen
- Open Society Foundations (geraadpleegd 2026). Awarded Grants database, zoektermen Transgender Europe, transgender, COC Nederland, Transgender Netwerk, ILGA-Europe. opensocietyfoundations.org.
- ILGA-Europe (2023). Treasurer's Report 2022 (Overview of ILGA-Europe's Finances in 2022); ILGA-Europe (2026). Treasurer's Report 2025. ILGA-Europe, Brussel.
- TGEU (2026). TGEU 2025 Activity Report, inclusief Treasurer's report. Transgender Europe, Berlijn.
- PinkNews (2015). Transgender charities get 20 million dollar windfall to tackle anti-trans violence, 8 december 2015 (Arcus Foundation, Global Trans Initiative).
- Funders for LGBTQ Issues (2016). Record-Breaking Grant for Transgender Issues (Tawani Foundation / Palm Center), 6 november 2016; The Advocate (2016). Trans billionaire funds world's first endowed chair in trans studies, 22 januari 2016.
- Ministerie van OCW (2025). Begroting 2026, subsidiebijlage artikel 25 Emancipatie, Kamerstuk 36800 VIII, nr. 2; Minister van Buitenlandse Zaken (2020). Kamerstuk 32735, nr. 315, 27 oktober 2020.
- Europese Commissie (2025). Citizens, Equality, Rights and Values programme 2021–2027; EU funding for LGBTIQ equality. commission.europa.eu.
- Global Philanthropy Project (2026). 2023–2024 Global Resources Report: Government and Philanthropic Support for LGBTI Communities. globalresourcesreport.org; Stichting Transgender Netwerk Nederland (2025). Standaardformulier publicatieplicht ANBI boekjaar 2024.
Redactie Genderlobby.nl
Onafhankelijke redactie die invloed, geldstromen en netwerken in het genderdebat zichtbaar maakt op basis van jaarverslagen, Kamerstukken en rapporten. Informatief, geen juridisch advies. Laatst bijgewerkt op 15 september 2026.
Veelgestelde vragen
Korte antwoorden op de vragen die het vaakst terugkomen.

